X

Wist je dat?

Je kunt met de slider zelf bepalen of je nu meer het artikel wilt lezen of de videoreportage wilt bekijken.

Opvliegers: Girls on fire -  Sleetse formule opgefrist ⭐⭐⭐⭐

De zesde editie van de Opvliegers-franchise vertoont een behoorlijke koersverandering. Weg is de comedy, weg is de musical, deze Girls on fire is een liedjesprogramma met een babbeltje tussendoor.

Gebruik de slider om te bepalen wat je het meest wilt zien.

Klinkt niet heel aanlokkelijk en weinig opvallend tussen al die andere liedjesprogramma’s in de theaterbrochure. Maar de omslag blijkt de Opvliegers-serie een opfrisbeurt te geven. Iets waar de serie hard aan toe was, omdat elke volgende editie weer de mindere was van de vorige. De formule - vrouwen verwerken elk op hun eigen manier de fysieke en mentale ongemakken die met de jaren komen - was sleets geworden.

‘Feelgood-theaterconcert’ en ‘vriendinnencomedy’ zijn als labels toegevoegd en het moet gezegd: zelfs de meest gereserveerde theaterbezoeker zal moeite hebben om het gezicht strak te houden. Debet hieraan zijn natuurlijk de drie hoofdpersonen. Centraal staan drie gepokte en gemazelde theaterpersoonlijkheden: Antje Monteiro, zij keert terug naar Opvliegers na een paar jaar Mamma Mia, Hilke Bierman, meegenomen uit Mamma Mia, en Joanne Telesford, na drie Opvliegers inmiddels ook een veteraan. Ze spelen geen rol, maar zijn zichzelf. Elk heeft haar eigen specifieke, keurig afgebakende karakter. Joanne is de oma, smoorverliefd op haar kleinkind en altijd bereid om de buitenwereld foto’s van de spruit op te dringen. Antje is de werkende moeder die zich afvraagt of ze haar dochter genoeg aandacht heeft gegeven. En Hilke is de kinderlijke rebel, zonder blad voor de mond, de guit van het trio.

Het merkwaardige - en tegelijk ook fantastische - is dat alles wat we op het toneel zien gebeuren en horen, weinig nieuws onder de zon vertoont, maar enorm werkt. De liedjes zijn allemaal meezingmateriaal. Denk aan Respect, Love me just a little bit more en Walking on sunshine. Hapt heerlijk weg, vooral als ze geweldig gezongen worden en toch geen verrassende keuzes. Maar gecombineerd met de monologen en dialogen tussendoor krijgt het publiek een avond die voorbijvliegt. Het gesproken woord krijgt veel meer zeggingskracht dan de dialogen uit de laatste edities van de serie. Doordat de dames het over hun eigen lichaamsongemakken hebben (geen zorg, ze zijn nooit te veel informatie) en daar ontwapenend openhartig over zijn, komen ze harder aan.

Verder moeten de dames Joep Onderdelinden op hun blote knieĆ«n danken voor zijn script en regie. Op het eerste gehoor lijkt het gesproken woord op gekwebbel, maar al snel hoor je dat aan de basis een economisch script ligt en een regie waarbij de teugels strak gehouden worden.