Om met de deur in huis te vallen: stukken geschiedenis vertellen in een voorstelling is riskant. Velen in het publiek kennen de feiten al min of meer en vergelijken hun kennis met wat op het toneel getoond wordt. De musical Willem van Oranje vertelt het verhaal - op een verteller in het begin na - chronologisch. Daar is niets mis mee. Maar als markeerpunten gebruikt de voorstelling precies die gebeurtenissen die we ook kennen van de middelbare school. Zoals de Martelaren van Gorcum en het Plakkaat van Verlatinghe, hoofdstuktitels in onze geschiedenisboeken van toen. En wanneer die titels ook nog groot worden uitgeschreven op de enorme projectieschermen in het theater als op een schoolbord, dan wanen wij ons terug in de schoolbanken. En voelt het alsof de voorstelling geen boeiend verhaal vertelt, maar droog een checklist afwerkt.
De scènes die die historische gebeurtenissen neerzetten, zijn prachtig weergegeven. De decors, de belichting en de projecties zijn regelmatig oogverblindend en er wordt niet bezuinigd op figuranten. Maar de mise-en-scène baseert zich vooral op de statige opstelling van al die spelers als op schilderijen uit de 17e eeuw. Maar dat maakt veel massascènes ondanks de belangrijke inhoud nogal statisch. Bovendien is drie keer de Nachtwacht wel genoeg voor één avond.
_Danny_Kaan.jpg)
De al genoemde verteller, ook al heeft actrice Anne Lamsvelt een benijdenswaardig mooie dictie, helpt ook al niet. Zij is de lijm tussen de verschillende gebeurtenissen, maar zij beschrijft ook vaak de motieven en diepste gedachten van Willem van Oranje, zodat de acteur die niet meer hoeft uit te beelden. En daarmee wordt het talent van Joris Willem Smit niet ten volle benut. Jammer, want we zien een geweldig acteur met een prettige zangstem.
Naast een verteller wordt ook gebruikgemaakt van vooraf gefilmde scènes die op grote schermen getoond worden. Vooral de vele veldslagen worden - al dan niet met de hulp van AI - op deze manier weergegeven. Ook die zien er spectaculair uit, maar je kijkt toch naar een filmpje, een onderbreking van wat er live op het toneel gebeurt, bij lange na niet zo enerverend.
_Danny_Kaan.jpg)
In deze musical is het karakter van Willem van Oranje de grootste verrassing. De stadhouder is geen doortastende, besluitvaardige held. Voor veel meer dan de helft van de voorstelling twijfelt hij, hij staat dan ook pal tussen katholieken en protestanten. Hij probeert voortdurend beide partijen tevreden te stellen, hij wikt en hij weegt, waardoor er lang niets wezenlijks uit zijn handen komt. Ook mist hij een aantal leiderskwaliteiten, hij luistert wel veel naar zijn vrienden en naasten, maar met zijn lethargische houding jaagt hij veel van hen tegen zich in het harnas. En wanneer bijna elke impasse uitmondt in een ballad (de ballads in de voorstelling zijn talloos), is de eerste helft van de voorstelling nogal eentonig. Ondanks het verrassende inzicht in Willems karakter, Willem van Oranje als mens. En over de songs gesproken, er zijn er veel, heel veel, maar we hebben geen toekomstige klassieker gehoord. Zelfs wanneer Willem eindelijk partij kiest en dus hét moment van de waarheid aanbreekt, het kantelpunt dat een song verdient als Who am I uit Les Misérables of Als wij niets doen uit Soldaat van Oranje, komt een lied dat voortijdig als een nachtkaars uitgaat.
De acteurs echter leveren bijna allemaal kwaliteit. Het is al gezegd, Joris Willem Smit is de perfecte keus voor Willem van Oranje de onderhandelaar en gemankeerde bruggenbrouwer. Matteo van der Grijn is ronduit noodzakelijk in de cast, hij geeft zijn Lumey zo’n heerlijke onbehouwenheid, broodnodig tussen alle statigheid. Van de vrouwen, altijd interessant in een mannenstuk, vallen vooral een vermakelijke Lieke van den Broek op als de opstandige Anna van Saksen en Anne Lamsvelt als de verstandige, beheerste Louise de Coligny.
foto’s: Danny Kaan