Wat waren we onder de indruk van de versie die Sterke Verhalen vorig seizoen van De Brief voor de Koning maakte. Een voorstelling vol vaart, in een decor dat zich het best omschreef als een soort apenkooi-opstelling. Creatief met klimrekken. Misschien was dat even vergeten toen deze middag het gordijn opende, en aan decor niet meer te zien was dan wat driehoekige doeken. Met een kapitein in de titel is de link naar de fok snel gelegd, maar daar zijn we op dat moment nog helemaal niet. Maar wat er met alle doeken en lijnen op het toneel wordt gedaan grenst aan het ongelofelijke. Met name bij het moment dat er in luttele seconden een boot ontstaat slaat je mond open. Een boomhut kost deze middag wat meer moeite, maar is duidelijk herkenbaar, en met de eigenschappen van het doek kan er ook mooi met silhouetten en schaduw worden gespeeld.

Maar laten we een stapje terug doen naar het verhaal. Net als zijn voorganger is deze voorstelling ook gebaseerd op een kinderboek, maar dat zul je de kinderen van nu van rond de 10 jaar waarschijnlijk niet te hoeven vertellen. Kevin Hassings ‘Mus & Kapitein Kwaadbaard’-serie kreeg al meerdere Kinderjuryprijs bekroningen. De musical baseert zich op het eerste deel, waarin de twee elkaar ontmoeten.

Aan het begin is niet meteen duidelijk wat we nu horen: er wordt gezongen over doorzetten, maar pas als Mus verschijnt snappen we dat deze motiverende speech in zang voor haar bedoeld is. Een stem, die ze wel hoort, maar niet kan plaatsen. Ze is op zoek naar Kapitein Kwaadbaard, en blijkt hem te hebben gevonden. De norse man wil niets weten van het verzoek om Mus te helpen haar dorp Zeeburgerdam te bevrijden van de slechte Ramon. Ramon blijkt, net als Kwaadbaard, deel te hebben uitgemaakt van de 5 slangen. Maar de afwijzing houdt op als zijn zoon Maurits ter sprake komt, waarvan Kwaadbaard niet wist dat hij nog leefde, maar nu zich in de kwaadaardige entourage van Ramon bevindt (de situatie blijkt later nog wat pijnlijker voor Kwaadbaard). De kapitein besluit zijn oude 5 Slangenmaatjes te gaan opzoeken en zo maken we kennis met De Buffel en Kromme Kareltje, twee uitersten. De een is groot en vierkant, de ander een onderdeurtje. En met de broer van Kwaadbaard, een meester in camouflage. Samen maken ze een mini-Odyssee richting Ramon, onderwijl geholpen door de stem van Venezuela, die Mus boodschappen kan geven (en dus ook het openingslied zong.

Waar het verhaal een avontuur is, zijn er op allerlei niveaus leuke elementen. Bijzonder geestig zijn een aantal uitdrukkingen, die letterlijk dan wel figuurlijk kunnen worden uitgelegd. Bij een verkeerde interpretatie wordt dan een stukje teruggenomen, en het vervolgens gespeeld zoals het bedoeld is. Maar met hetzelfde gemak wordt er overgeschakeld naar wapengekletter, dat we duidelijk kunnen horen, ook al zien we het daadwerkelijke gevecht in opzichtig veiliger varianten van zwaarden.

Op de castlijst treffen we vijf namen aan, dus het mag duidelijk zijn dat er met dubbelrollen wordt gewerkt. Dat gebeurt in sommige gevallen opzichtig, met name bij broer Bertrand. In de basis is hij niet meer dan een struik op wieltjes, met een opening voor een hoofd, maar lang niet altijd zien we dat gat worden gebruikt, en er zijn momenten dat er duidelijk wordt geïnstrueerd om Bertrand te helpen. Julie Boellaard vertolkt Mus. Zij neemt ons als publiek, jong en oud, mee in haar verhaal. Ze speelt de rol mooi, met begrijpelijke emoties. Martijn van der Veen speelt Kwaadbaard, een norse brombeer, die we steeds meer zien ontdooien en stapje voor stapje toegankelijker wordt. Hij is in stem (en soms ook hoofd), zijn broer, met een beduidend andere intonatie en tongval. De andere rollen zijn vooral eendimensionaal, zoals de mensen die ze tijdens de reis tegenkomen. Kes Blans is onder andere Buffel en Ramon; Bo Kamphues zien we onder andere terug als Maurits en Kromme Kareltje. Waar de songs door de eerder genoemde castleden prima worden vertolkt, is het toch vooral Linda Wagenmakers die de show steelt. Ook zij speelt, naast Venezuela, meerdere rollen en doet dat uitstekend.

Hoewel ik het totaalplaatje prachtig vind, is mijn enthousiasme over de vormgeving van Buffel wat minder enthousiast. Het is toch iets te veel een man met een grote baal op zijn rug. Kromme Kareltje is een handpop, maar aangezien hij ook heel klein is, valt hij vaak wat weg in de speler. Alleen en profil is goed te zien wat hij doet, en levert dat meteen ook wat komische momenten op. De songs liggen goed in het gehoor, maar een song horen we net iets te vaak. “Tree voor tree” is bedoeld om te illustreren hoe lang de trap is die moet worden betreden, en volgt ook trouw het boek, daarmee het ‘er komt geen eind aan’ gevoel versterkend. Maar reprises van zo’n nummer, ook al is het maar kort, zorgen bij mij ook voor een reprise van dat gevoel.

Afgaand op de rij die tijdens de première stond te wachten op een handtekening van de auteur in hun boek, is de serie bij de jeugd al vrij bekend. Wie met een kind komt die niet in die categorie past, moet er rekening mee houden dat hij of zij het verhaal mogelijk wil nalezen: er is een speciale editie van het eerste deel dat naast het oorspronkelijke verhaal ook het theaterscript bevat. Leuk om te vergelijken. Daarnaast zijn ook de vervolgdelen te koop. En aangezien de voorstelling een behoorlijke cliffhanger bevat richting een volgend verhaal, dat eerst terloops in de voorstelling zit, maar na het slotapplaus verder wordt uitgediept in een epiloog. Of het vervolg in het theater komt is natuurlijk maar de vraag, dus wie wil dat boek nu niet lezen.

a een boek dat ik van haver tot gort kende, heeft Sterke Verhalen nu een voor mij onbekend verhaal genomen, en door eenzelfde creatieve molen gehaald. Het resultaat mag er wederom zijn. Waar de franchise ook in het theater welig tiert, van verschillend eindniveau, voelt dit als theater zoals het moet zijn. Boeiend, origineel, een beetje prikkelend en bijzonder mooi.
Scènefoto’s: Annemieke van der Togt
Slotapplauus/Groepsfoto’s: Musicalworld.nl

