Terence van der Loo won in 2015 de Musicalaward voor aanstormend talent voor zijn rollen in “Wintersprookje” en “Moeder, ik wil bij de revue.” Sinds september 2023 werkt hij in Duitsland. Eerst als Tarzan in de gelijknamige musical in Stuttgart, en recent is hij naar Hamburg verhuisd. Daar speelt hij op dit moment in deze Duitse versie van de Back to the Future -voorstelling de vader van Marty McFly: George.
Voor wie het verhaal niet kent: door omstandigheden belandt Marty met een tijdmachine, een omgebouwde DeLorean, in het verleden, precies rond de tijd dat de relatie tussen zijn ouders ontstaat. George is een dromerige, ongemakkelijke, bange jongeman, een makkelijk doelwit voor pestkop Buff (tot in het heden aan toe). Zijn eigen moeder raakt echter zeer gecharmeerd van Marty, met als risico dat alles wat ervoor zorgt dat Marty überhaupt geboren wordt, niet meer zal plaatsvinden. Dus moet hij er alles aan doen om zijn ouders aan elkaar te koppelen.
Inmiddels is in Hamburg de musical in première gegaan. Jeroen was een paar dagen eerder in Hamburg en zag een try-out. Daags na de voorstelling sprak hij met Terence. Plaats van handeling: een bankje achter het Operettenhaus. Tijd: tussen een technische repetitie en de avondvoorstelling in.

Je voorganger bij “Wintersprookje”, Oedo Kuipers, ging naar Oostenrijk. Was dat voor jou het moment dat je het buitenland ook in overweging nam. En zo nee, wanneer dan?
Ik heb het eigenlijk altijd wel gewild, maar ik was gewoon een beetje bang, heel eerlijk gezegd. Wat is daar dan aan het buitenland en hoe moet ik dat dan doen? Ik was gewoon een beetje te onzeker eigenlijk om die stap te zetten. Totdat gewoon het moment kwam dat ik eigenlijk niet meer zo blij was in Nederland met hoe mijn leven was, welke plekken ik had qua werk. En toen dacht ik, volgens mij moet ik gewoon de stoute schoenen aantrekken. Toen ben ik auditie gedaan voor Frozen hier in Hamburg; twee jaar achter elkaar., Het eerste jaar kreeg ik niet. Bob van der Wijdeven, een goede vriend van mij nu, kreeg de rol. Het tweede jaar tekende hij bij, en was de auditie voor de cover van die rol. Ik had nog nooit gecoverd, dus toen dacht ik, dat wil ik niet. Ik had me eigenlijk al afgemeld voor de auditie, toen een vriend zei: “Maar je wilt toch ook van het buitenland? Doe het gewoon”.
Toen heb ik teruggebeld en gezegd dat ik eigenlijk toch wil komen en uitgelegd waarom ik het zo ingewikkeld vond. Tanja van de casting hier in Noord-Duitsland zei toen: “weet je wat? Ik begrijp je verhaal echt wel. Kies maar of je komt. Of je hier morgenochtend staat of niet. De auditieplek is voor jou.” Toen heb ik mijn vader gebeld en hij heeft me die avond nog naar hier gereden. En de volgende ochtend had ik die auditie. Daar waren ze positief, maar gaven aan dat ze me voor Tarzan auditie wilden laten doen. Ze waren al een jaar op zoek, en dachten dat ik een goede kans zou maken. Toen is het balletje eigenlijk gaan rollen. Acht jongens deden toen auditie, en ik kreeg uiteindelijk de rol.
Dus door in eerste instantie mijn ego aan de kant te zetten, toch proberen en dan eventueel maar op mijn bek gaan ben ik in Duitsland beland.
Ik heb Tarzan twee jaar in Stuttgart gedaan. Dat is gewoon heel zwaar op je lichaam. Meestal ben ik na een jaar wel klaar, want dan heb ik gewoon zin in de nieuwe dingen. Maar het was gewoon heel leuk werk. Met hele leuke collega’s. Toen kwam ‘Zurück in die Zukunft’ op mijn pad, en zitten we nu op een bankje aan de achterkant van het theater te praten.

Hoe vertrouwd was je met het Duits voordat je aan dit avontuur begon?
Nou, ik heb een Duitse familie. Dus ik ben als kind heel veel hier geweest. Dus ik heb het wel veel gehoord en het zit heel erg in mijn oren. Ik ben vrij muzikaal. Dat is wel handig voor een musical. Dus dat heeft wel geholpen. Maar ik had het jaren niet meer echt gesproken. Voor de Tarzan-auditie ben ik weer lessen gaan nemen. In mijn studententijd wilde ik eigenlijk helemaal geen Duits zingen. omdat ik het in die taal nog niet zo goed voelde. Met Engels is dat verschil iets minder groot. Want dat hebben we zoveel gehoord. Toen ik opgroeide had je geen nasynchronisatie op tv. Dus alles was in het Engels. Dat maakt spelen in die taal wat makkelijker dan in het Duits.
Ik vind het ook heel belangrijk om de taal uiteindelijk zo goed mogelijk te spreken, ook gewoon in het dagelijks leven. In de voorstelling vind ik het ook heel belangrijk dat ik mensen niet uit het verhaal haal omdat ik foute zinsconstructies maak of een opvallend accent heb.
Ben je inmiddels al vertrouwd genoeg met de taal om te kunnen improviseren als dat nodig is?
Dat is een moeilijke vraag. Voel je je vertrouwd genoeg? Nee. Maar als het misgaat moet je bijna wel. Maar dat is wel nog ingewikkeld. Ik word er wel vrijer in, dus het begint wel te komen.
Het is wel eens gebeurd hoor. En gelukkig heb ik hele fijne collega’s gehad die het met me opgelost hebben.

Heb je al veel fans aan de artiestenuitgang gehad?
Het Duitse publiek is heel erg fijn. Ik weet niet hoe het in Nederland nu is, maar ik heb het idee dat het hier wat meer leeft. Er is heel veel respect voor mensen op het toneel. Als je buiten komt, zijn de mensen altijd heel vriendelijk en vragen netjes om een handtekening of een foto. Ze zijn heel dankbaar voor wat je gedaan hebt. Ik heb zelf niet zo veel met applaus. Ik denk dan: als ik gewoon bij de bakker zou werken, dan staat er ook niemand te klappen. De Nederlander die denkt: doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Maar ik vind het wel heel fijn als iemand dan hier naartoe komt en vertelt: Jeetje, wat daar gebeurde in dat moment; dat raakte me echt. Dan denk ik, oh wauw, ik heb een connectie met je gemaakt. Dat mensen even komen vertellen wat hun connectie met het verhaal is.
Wat is jouw connectie met dit verhaal?
Ik heb de film heel vaak gezien en vind het een hele leuke film. Ik moet wel zeggen: de rol van George was best ver weg. Kijk, het dromen… Ik ben een grote dromer. Maar juist in de laatste twee jaar ben ik veel zelfverzekerder geworden. En wat George niet heeft is die zelfverzekerdheid. Dus in het begin zei ook tegen mijn vriendin: “Ik heb eigenlijk nog geen zin om daar naartoe te gaan. Het was best wel even zoeken, maar nu heb ik er vooral heel veel plezier in. Ik speel natuurlijk niet echt letterlijk onzekerheid, maar de moeite om contact te leggen. En dat ken ik wel. Moeite met mezelf uiten of je niet helemaal op je plek voelen. Dat klinkt misschien raar, maar ik heb heel lang karate gedaan en dat is gewoon zo’n macho wereld. En hier was het compleet anders. Dus ik kon me niet meteen daarin vinden. Het showbizzwereldje is niet helemaal mijn wereldje; daar moet ik toch een masker op zetten. Dat herken ik in de rol van George. Hij heeft wel last van iedereen om hem heen, maar eigenlijk is hij heel tevreden in zijn eigen wereld. Hij heeft zijn sciencefiction als uitlaatklep, ik heb het acteren, het dingen maken, het werken met mensen als de mijne. Voor de invulling van de rol kijk je natuurlijk naar hoe dat in de film is. 9 van de 10 mensen hebben de film gezien en willen toch eigenlijk de film op het toneel zien, dus je moet daar dicht bij blijven, zoals de lach van George.
Lees verder op de volgende pagina