De sloopkogel staat bij wijze van spreken al klaar. De brief, die Aad sommeert zijn woning binnen 14 dagen te verlaten ook. Maar hij verdomt aan de eis toe te geven. Ook Fadime, gemeenteambtenaar, die probeert hem te overtuigen te gaan en de tienduizend euro vergoeding te aan te nemen, omdat die na twee weken er ook niet meer is, krijg nul op het rekest. Aad is niet de enige. Zijn buurman Tony weigert ook. Tony is verslaafd, drinkt het ene biertje na het andere, en lijkt soms volkomen psychotisch. Aad beschouwt hij als zijn beste vriend, en hoewel die vergoeding weldegelijk lokt, volgt hij Aad in zijn besluit dit te weigeren.

Aad is verbitterd geworden na zijn pensionering – herstel – nadat hij is weggesaneerd. Zijn vrouw is bij hem weg, en zijn dochter komt ook nauwelijks langs. Zijn kleindochter Shanaya bekommert zich nog wel om hem, ondanks dat Aad een verbitterde knorrepot is geworden, die alleen maar kan klagen. Dan verschijnt daar Roelie, die na het overlijden van haar man nogal eenzaam is. Haar man woonde in dezelfde wijk, en ze raakt in contact met Aad. Hoewel er in hun conversaties vooral onaangenaamheden worden uitgewisseld, keert ze met enige regelmaat terug. En terwijl een jong stel, zij zwanger, de wijk bezoekt om te kijken waar ze zullen gaan wonen, en plannen maakt, zien we Aad zich figuurlijk steeds dieper ingraven. Alleen tussen zes planken zal hij de wijk verlaten.

In Tombola speelt John Buijsman een rol die hem op het lijf geschreven is. Een verbitterde man, scherp van tong, maar net niet onsympathiek. Justus van Dillen is een bonk energie als Tony, soms rond stuiterend, maar kwetsbaar en afhankelijk, zelfs aanhankelijk. Een overtuigende vertolking van een creatief persoon, die jarenlang verslaafd is. Hij blijkt ook homo, al is dat verder meer een gegeven dan onderdeel van het verhaal. Ook wel eens verfrissend. Roelie is in woord zeker opgewassen tegen de veelal onaardige woorden van Aad. Juul Vrijdag speelt haar mooi, waarbij je voelt dat, hoewel we de twee ouderen flink tegen elkaar te keer horen gaan, zij toch ook wel gecharmeerd van hem is.

Zippora Peters speelt de liefdevolle kleindochter Shanaya, die wat nuchterder in het geheel staat. Fraai is de rol van Gonca Karasu, die in alles uitstraalt het beste met Aad voor te hebben, maar op een botte reactie kan rekenen. Beiden hebben een prachtig solonummer. Reza Mirjalali heeft als postbode en buurtgenoot een kleine rol in het verhaal. Hij maakt echter ook deel uit van de groep muzikanten, waardoor er songs wat meer werelds klinken. Hij zingt als Iranier ook een mooi lied in zijn moedertaal. De spaarzame optredens van het koppel op de bakfiets (Tom Muller, Sarah ten Pas)zijn raak.

De voorstelling speelt zich af in een afgesloten stuk in het midden van de ijsbaan. Hier en daar zie je onderweg wat oude meubels, en de ruimte zelf ademt bouwplaats uit. Door mensen in bouwkleding, maar ook de nodige bouwmaterialen. In het midden, op pallets, het vervallen huis van Aad. Met een keukentje en een aanrecht vol afwas oogt het niet bepaald als iemands paradijs. Een groot doek op de achterkant laat de vervallen wijk zien. Met een projectie wordt hier aan het begin vanuit de ruimte naartoe gezoomt. Met deze projecties wordt ook een geinig grapje met een fanfare uitgehaald door 1 acteur met de rest op beeld te laten meelopen. Ook een episode van Tony wordt mooi met beelden van zichzelf verrijkt, al zijn deze met zijzicht wat minder goed zichtbaar.

Met veel leuke, gevoelige momenten is Tombola zeker een fijne avond uit, voelt het toch dat er kansen zijn gemist. Hoewel de voorstelling wel sterke momenten kent, vaak in momenten of gebeurtenissen die zowel geestig als een beetje schrijnend zijn, kabbelt het verhaal toch wat lang voort. Pas als Fadime in song uitbarst waarin ze de verhuizing van haar ouders beschrijft, voel je dat er echt wat gebeurt. Eenzelfde moment heeft kleindochter Shanaya, als ze zingt over haar generatie tegenover die van haar grootvader. Een lied dat gevoelsmatig wel uit de lucht komt vallen. Een lied dat geforceerd moet worden meegezongen kan op een lauwe reactie rekenen. Daartegenover staat dat het lied aan het slot, dat uit Imca Marina’s repertoire zou kunnen komen, krijgt daarentegen weer wel flinke bijval. Er is een koor dat vocale ondersteuning biedt, en zo voor een vol, mooi geluid zorgt.

Waar ik de meeste moeite mee heb in dit verhaal is de niet kloppende tijdlijn van het script. Omdat dit draait rond een ontwikkeling die ik niet wil verklappen, moet ik daar wat vaag over zijn, maar iets wat doorgaans dagen in beslag neemt, kan nu ineens binnen een dag. Daarnaast vind ik de reactie van het bakfietsstel op deze gebeurtenis ook wat ongeloofwaardig zweverig. Ook voelen een aantal momenten dat het koor meespeelt nogal geforceerd aan; hun zang is overigens prima, en dat ze eruit zien als een gemêleerde doorsnee van de bevolking eveneens.

In Enschede is de voorstelling nog tot en met 31 mei te zien. De website waarschuwt voor de bijbehorende temperatuur in de hal, die 21 graden zou zijn. Het voelt er echter een stuk frisser aan dan dezelfde temperatuur ingesteld in je auto-airconditioning. Neem dus een vest of iets dergelijks mee.

Daarna reist de voorstelling door naar Rotterdam. Dan zal blijken of sommige scènes, die nu een beetje lijken te vragen om een regionaal accent, die daar ook zal krijgen. Tot en met 21 juni is de voorstelling in de Piekfabriek te zien, met een regionale première op 5 juni.
Scènefoto’s: Willem van Walderveen
Groepsfoto’s: Musicalworld