Dat Olympus de berg is waar de Griekse goden huizen zal vrijwel iedereen weten. Toch is Olympus niet, zoals bijvoorbeeld Hadestown, een bewerking van een bekende Griekse mythe. Uitgangspunt van de voorstelling is een verhaal dat Aristophanes zo’n 2500 jaar geleden vertelde over ‘de liefde. Uitgangspunt is dat er vroeger bolmensen leefden (2 hoofden, 4 armen en benen), die zo gelukkig waren dat ze de goden niet langer meer aanbaden. Uit angst hun macht te verliezen sneed Zeus ze in tweeën. De mens, die zo ontstond, is sindsdien op zoek naar zijn wederhelft. Olympus vertelt het vervolg van dit verhaal, waarin Zeus door haar medegoden wordt verbannen van de Olympus en zo gescheiden van geliefde Hera. Terugkeer is pas mogelijk als zij erin slaagt twee mensen weer een te maken.

In deze voorstelling gaat Zeus (inderdaad een zij, mannelijke schrijvers hebben van de god een man met een baard gemaakt) door het leven als Louie, want geen mens gaat geloven dat zij Zeus is. Over hoe je de naam uitspreekt wordt in de voorstelling ook nog gesproken. De opdracht is echter complexer dan verwacht. Lukt het bijna, staat een revolutie in de weg. En zo blijkt de deadline te naderen en zijn de millennials haar laatste hoop.

Er is gekozen voor een aparte theatervorm. Het publiek wordt aangesproken, en alle gesproken teksten zijn op rijm. De songs halen inspiratie uit de brede waaier van de moderne muziek: Jazz, reggae, stevige rock, pop, singer-songwriter, terwijl instrumentale delen weer prog aandoen. Soms wordt de vertolking een optreden, met microfoonstandaard, dan weer lijken we naar een videoclip te kijken, terwijl ook de bij musical traditionele vertolking binnen het verhaal wordt gebruikt. De nogal conceptionele verhaalstructuur maakt het een en ander niet makkelijk te volgen, zeker in de eerste akte. Pas na de pauze voel je dat je vermoedens juist waren. Hoewel dit geen bewerking is van een of ander conceptalbum, is het effect hier hetzelfde. Toch is de voorstelling het zien en horen meer dan waard.

Muzikaal is dit namelijk een heerlijke voorstelling. Van de simpele gitaarklanken waarmee de voorstelling wordt geopend, tot het shownummer Dokter Dokter, van het stevige “dit is ons (strijd)lied” tot het jazzy “overal in mij ben jij, de songs zijn raak. Er is een band die waanzinnig speelt, en de cast, zowel solisten als het ensemble (koor), voert ze ook bijzonder sterk uit. Met Isabelle Draaijer (Zeus/Louie), Thijmen Tolido (Fons), Tessa de Vree (Dunya), Jasper Olde Dubbelink (Yorick) en Suzanne van Huizen (Siena) heeft de voorstelling een uitstekende hoofdcast, Voeg daar een prachtige staging aan toe, en fraaie effecten. De ballonnenregen aan het begin van de tweede akte is tof, en wat er met het frame met de lampen uiteindelijk gebeurt is spectaculair.

Kortom: er is een boel te genieten, al is het volgen van het verhaal wel een uitdaging.
Olhrijver v
Op 28 februari en 1 maart was Olympus opnieuw te zien, nu in Houten, waar de schrijver van de voorstelling woont. Een zaal die lekker oploopt, en dus uitstekende zichtlijnen heeft . Niet een klakkeloze herhaling van de versie die ik in Zoetermeer zag; de voorstelling werd deels herschreven, en kreeg nieuwe liedjes. Natuurlijk is het lastig om een voorstelling, die je al hebt gezien, opnieuw te bekijken alsof het de eerste keer is, maar de gemaakte aanpassingen lijken wel te helpen. Het verhaal van de eerste akte voelt beter te volgen, soms wordt er nu misschien zelfs net te veel herhaald. Je gaat in ieder geval met een stuk minder vraagtekens de pauze in. De cast zit nog steeds goed in de voorstelling, die wederom lekker klinkt. Visueel lijkt er niets veranderd, en dat was ook niet nodig. De opening van de tweede akte, met drie songs zonder verbindende teksten, geeft wel een grote overgang. Bijna alsof een nieuw verhaal begint. Het is materiaal dat verdere ontwikkeling verdient

