De repertoirekeuze van KotéKoer levert soms een bloedserieuze voorstelling op, en op andere momenten staat juist de humor voorop. Doorgaans zijn het ook titels die niet als hét amateurstuk van het jaar de boeken in gaan. Dat geldt ook voor de titel van dit jaar: The Wedding Singer. Het is musical, gebaseerd op de film The Wedding Singer met Adam Sandler. Een verhaal dat zeker niet in aanmerking komt voor een literatuurprijs, maar met Tony nominaties voor onder andere beste musical en beste script is het zeker het bronmateriaal geen dertien in een dozijn musical, Sterker. Het is zo leuk dat je je afvraagt waarom we deze titel niet vaker in het amateurcircuit zien terugkomen.

Voor de voorstelling geldt dat de romantiek vooral een katalysator is voor de komedie, want er zijn erg veel groteske karakters rondom het tweetal, waarvan we al snel begrijpen dat zij voor elkaar zijn bestemd. Dat we dit weten heeft niet in de laatste plaats te maken door het geluid tijdens hun eerste ontmoeting, dat voelt als een soort auditieve hartjes, meteen ook een van de sterkste grappen van de show. De toetsenist van de band blijft namelijk hangen aan een toets. Maar even terug naar het begin van het verhaal.

Robbie is zanger van een band, die optreedt tijdens huwelijken. Plichtsgetrouw, zelfs zo erg dat hij de kans om met een wedstrijd een opname met de producer van Bon Jovi te winnen afslaat, omdat ze dan al een optreden geboekt hebben. Hij is in de wolken, want hij gaat ook trouwen. Het schrijven van een lied voor die dag kost wat moeite, met name om de juiste rijmwoorden te vinden die ook nog eens gepast zijn voor zo’n heuglijke dag, maar gelukkig helpt serveerster Julia hem daarbij, Het spelen ervan komt er niet van, want zijn vriendin laat hem bij het altaar laat staan, er komt alleen een briefje, waarbij ze aangeeft de rockstar waarop ze verliefd werd niet meer terug te zien in deze ‘wedding singer’. Depressief van de gebeurtenissen verpest hij zijn volgende bruiloftsoptreden, waarbij hij zelfs in een vuilcontainer belandt. Julia is ondertussen ten huwelijk gevraagd door haar vriendje, een gladde bankier met de naam Glen Gulia, waarvan we ook al snel duidelijk hebben dat hij huwelijkse trouw weinig serieus gaat nemen. Omdat Glen druk druk druk is, vraagt Julia aan Robbie, die intussen optreedt op Bar Mitzwas, te helpen bij de aankoop van de uitzet. Vriendin Holly spoort hen aan de huwelijkskus te oefenen. De impact is duidelijk, maar door een opeenstapeling van veronderstellingen en misverstanden lijkt het er lang op dat de twee elkaar niet zullen vinden.

The Wedding Singer is ofwel een ode aan, ofwel een parodie op de jaren tachtig, en waarschijnlijk wat van allebei. De songs, de lekker in het gehoor liggen, klinken heel erg jaren tachtig. De kostuums geven de kleur van die tijd goed weer en ook in de choreografie komt die sfeer terug, Een zweem filmmusical als Flashdance, maar vooral opvallend als een stukje Thriller-dans terugkomt. Dit is op een lied dat duidelijk geïnspireerd is op “I love Rock ‘n’roll”, dus nergens is het zo overduidelijk als op dit moment. Nou ja, misschien al een stuk eerder, als bandlid George qua uiterlijk wel heel erg lijkt op de zanger van Culture Club. Het enige wat niet ‘in your face” New York in de periode aanduidt is het decor, dat ook een Mamma Mia decor kan zijn voor het witgeschilderd wordt, maar dat uitermate functioneel blijkt om de diverse locaties van het verhaal te ondersteunen. Met een aantal verrassingen, waar vervolgens weer wat extra visuele comedy mee kan worden uitgevoerd.
Regisseur Matthijs Vandekinderen heeft duidelijk gekozen voor het vol op de lach spelen. Dat lijkt aan het begin van de voorstelling een beetje ten koste te gaan van het verhaal, omdat we kennismaken met wel heel veel kleurrijke bij-karakters, en het emotionele een beetje onder te sneeuwen, maar die balans wordt snel teruggevonden.

De cast, in totaal meer dan 30 personen, straalt. Grote dansnummers worden goed uitgevoerd, en rollen worden heerlijk gespeeld. Iedereen benoemen wordt wat veel, maar het duo in de hoofdrollen verdient zeker een vermelding Nina Mestdag als ontwapenend schattige Julie en Bram Verbeke als emotioneel wat instabiele, maar toch ook aandoenlijke Robbie, zijn een genot om naar te kijken en te luisteren. Luisteren naar deze cast en het uitstekende orkest onder leiding van Ruben Vanden Broucke is sowieso zeer prettig: de liedjes klinken als een klok. Visueel is er ook genoeg te genieten. Soms is een verwijzing subtiel. Zoals het groen dat we op het kantoor van Glen opvallend aanwezig is in alle kostuums (Glen draagt het ook opzichtig). De Nederlandse titel van het nummer is “Wat telt, dat is het geld”, in het Engels is het “All about the green”, een referentie aan de kleur van de inkt die voor de dollarbiljetten is gebruikt.

Voor iemand die opgroeide in deze periode is veel wat we zien pure nostalgie. De idioot dure cd-speler als cadeau, een mobiele telefoon ter grote van een halve-literpak melk, quiche als culinaire noviteit in de zweverige hoek. En natuurlijk de eerder genoemde sound en kleding. Voor wie het niet mee heeft gemaakt is juist de curiositeit ervan weer leuk om te zien.

Toch is wat blijft hangen van deze voorstelling vooral dat het een enorm leuke, goed gemaakte, met plezier gespeelde voorstelling is. Een middag (in mijn geval, het kan ook een avond zijn) ongecompliceerd amusement, waar je in deze tijden ook wel eens behoefte aan hebt. Als volger van dit gezelschap van het eerste uur, kan ik gelukkig nog steeds zeggen, dat ze nog nooit teleurgesteld hebben in de uitvoering van het stuk. En dat is met een totale reistijd van boven de vijf uur een hele geruststelling.
Scènefoto’s: Lauranne Cleenwerck
Foto’s slotapplaus etc: Musicalworld

