We bevinden ons in het Almelo van de jaren ’80 van de negentiende eeuw. Een ambitieuze gemeenteraad wil de lokale economie van Almelo een stimulans geven door een kanaal te graven naar Duitsland: het Almelo-Nordhorn Kanaal. Voor deze gigantische klus wordt een grote groep mannen uit voornamelijk Drenthe ingezet om tegen een hongerloontje van zonsopgang tot zonsondergang eindeloos dit kanaal uit te graven. We zien hoe deze gemeenschap het leven leeft in erbarmelijke omstandigheden vol persoonlijke intriges, er samen het beste van probeert te maken in de kroeg en in opstand komt als de lokale notabelen de mannen nog verder willen uitknijpen.
Danny Westerweel, bekend als prijswinnend vertaler van Dear Evan Hansen, schreef het script en deed dat niet onverdienstelijk. Het script neemt de tijd de setting en de verschillende personages uitgebreid neer te zetten. Hierdoor kabbelt het eerste deel wel wat, zonder noemenswaardige spanning. Het tweede deel van de voorstelling kent gelukkig meer vaart en dan wordt het stuk ook daadwerkelijk spannend en meeslepend. Ook dan komt de muziek, die tot dan toe een bescheiden rol speelt met niet echt memorabele melodieën, meer tot zijn recht met een schitterend duet tussen Sofia Ferri en Alexander Schuitema over hun eigen perspectief op de situatie en hun dromen.

De voorstelling kent een cast van professionele acteurs in de grote rollen en amateurspelers in het ensemble. Sofia Ferri is accuraat als activistische aannemersdochter Anna van de Koolwijk. Ze is sympathiek, down-to earth en beschouwend en ze ontpopt zich als het geweten van de voorstelling. Aan haar zijde vindt ze een charmante en daadkrachtige Alexander Schuitema als Rens Meppelink, die zich opwerpt als leider van de polderjongens. Hun liefdeslijn komt helaas wel wat uit de lucht vallen, dat had meer aanloop verdiend. Om hun heen zien we een sterke groep acteurs die overtuigt met onder meer een boertige en lompe Rein Hofman als Geert Buter en Harpert Michielsen als de opportunistische aannemer Piet van de Koolwijk.

De scenografie van Staf de Koninck is indrukwekkend: het decor is een soort kijkdoos, waar in een doeltreffend reliëf wordt gespeeld. Soms zitten we er met de neus bovenop, dan weer bevindt de plaats van handeling zich verder weg aan de overkant van het kanaal. De mens die nietig en bijna anoniem is ten opzichte van het grotere geheel en de grotere opdracht. Een prachtig voorbeeld en een hoogtepunt qua beeldtaal is de gemeenteraad die op het kanaal aan komt varen: ze varen over de ambitie die ze hebben. Schitterende poëzie.
Al met al is de Polderjongens eerst en vooral een overtuigend tijdsbeeld van een Almelo dat vooruit wilde en wat dat met de gemeenschap, zowel de werklui als de lokale bevolking, deed. Een voorstelling over de kracht van een groep gelijkgestemden, wat er gebeurt als je opstaat voor rechtvaardigheid en je je plek opeist in de geschiedenisboeken.
Scenefoto’s: Willem van Walderveen