Recensie

Problemen in de Tilburgse bossen

Met Into The Woods neemt Scholtze Producties nogal wat hooi op hun vork, maar hun versie van de Sondheim klassieker laat zien dat het zeker niet teveel is. Het resultaat mag er absoluut zijn.

Een aantal dikke (stammen van) bomen sieren het podium van LOFT in Tilburg. De tweede etage van het gebouw is kennelijk vruchtbare grond. In de hoek een comfortabele stoel, die een hoog ‘opa vertelt’-gehalte heeft. Het verbaast dan ook niet dat dit nagenoeg precies is wat het lijkt. Op de stoel neemt een (weliswaar niet zo heel oude) verteller plaats. Hij neemt het publiek mee naar het sprookjesbos, waar de gebeurtenissen plaatsvinden.

Into The Woods is een mashup van een aantal bekende sprookjes, met daaromheen een randvertelling. De sprookjesfiguren zijn beduidend minder flets en kleurloos dan in de vertellingen en wijken soms behoorlijk af van de standaard. Roodkapje bijvoorbeeld houdt wel van eten, en gaat behoorlijk los op de inhoud van het mandje op weg naar oma. Ze blijkt ook nog wel een psychopathisch kantje te hebben. Assepoester is voortdurend op de vlucht voor de prins. Anderen, zoals Sjaak van de bonenstaak, blijft dan weer wel dicht bij het origineel. Het verhaal gaat om een bakker en zijn vrouw, die wel een kind willen, maar deze niet kunnen krijgen. Oorzaak blijkt een vloek van de buurvrouw, een heks, als wraak voor wat de vader van de bakker heeft gedaan. De heks blijkt echter bereid de vloek op te heffen, als het echtpaar binnen 3 dagen een viertal voorwerpen verzamelt: de koe zo wit als melk, het haar zo blond als vlas, de cape zo rood als bloed, de schoen zo helder als glas. Waar de bakker de opdracht alleen wil uitvoeren, vervoegt zijn vrouw zich toch al snel bij hem. En die blijkt niet zo simpel: Roodkapje begint luid te janken als de bakker haar cape steelt, dus geeft hij hem weer terug. Sjaak trapt met tegenzin in de ruil van zijn koe Melkwitje tegen 5 toverbonen, maar de koe blijkt toch voor problemen te zorgen. De rennende Assepoester is evenmin een makkelijk doelwit. De jagende prins heeft nog een broer, die een schone dame in een toren heeft ontdekt. En dan is er nog een vreemde zwerver met raadselachtige uitspraken. Chaos alom dus.

Into The Woods is een nogal merkwaardig stuk, dat aan het einde van akte 1 schijnbaar een happy end heeft. Het is aan de verteller om aan te geven dat er nog meer komt. De tweede akte is vervolgens een stuk grimmiger, duister zelfs. De personages krijgen te maken met de gevolgen van hun daden, en zitten met de vraag, wie er schuld heeft aan de ellende die volgt. En kun je een kind opofferen om je eigen hachje te redden.

De liedjes van Sondheim zijn vaak nogal complex, en de vertaling van Koen van Dijk, die ook qua rijmschema’s en dergelijke zo dicht mogelijk bij het origineel wil blijven maken de vertolking ervan niet makkelijk. Toch slaagt de cast met vlag en wimpel voor deze uitdaging. Ook het vertoonde spel is dik in orde. Een lijst van namen en rollen vind je onder het artikel terug. Het zal vooral van je binding met het karakter afhangen wie je het het beste vindt doen. Het nummer ‘Marteling’ (Agony) van de twee theatrale prinsen is een komisch hoogtepunt. Het psychopathische kantje van Roodkapje is eveneens buitengewoon komisch. Maar aan de andere kant bezorgen de liedjes over kinderen die al dan niet luisteren kippenvel. Voeg daar nog de oorwurm ‘Diep in het woud’ (Into the woods) aan toe en je hebt

De staging is eveneens prettig. De ruimte op het podium is beperkt, maar door de bomen te bewegen worden toch verschillende locaties in het bos gecreëerd. Vooral in de eerste akte wordt hierdoor de vaart in de voorstelling behouden; ook Rapunzels toren is in no time op en af. In de tweede loopt het net wat minder soepel met onder andere het op en af gaan van een boomstronk. Leuke vondst is om niet alleen een aantal poppen van vogels te gebruiken – die zijn relevant in het verhaal als maatjes van Assepoester – maar ook af en toe wat bosdieren in de bomen te zetten. Het ziet er leuk uit, en weet te vertederen. Er is veel moeite gedaan om de redding van Roodkapje uit de wolf uit te beelden, met een zeer grappig resultaat. De sterfscene van de massieve koe Melkwitje is juist door de eenvoud (en een gebrek aan andere mogelijkheden) eveneens bijzonder geestig op een droogkomische manier.

Voor mij was dit de eerste kennismaking met Scholtze Producties – hun eerste, Spring Awakening, heb ik gemist, maar het smaakt zeker naar meer. Het blijft in dit soort gevallen jammer dat de speelperiodes zo kort zijn, dat je mensen niet meer kunt aansporen ook te komen kijken. Het belooft in ieder geval veel voor de aankomende productie, welke deze dan ook zal zijn.

Cast: Nykle Krijgsveld (Verteller), Joep Kortekaas (Bakker), Maartje Welvaarts (Bakkersvrouw), Annabel Kuiters (Heks), Sigrid van Setten (Assepoester), Sjaak (Jasmijn van de Sande), Damian van Maud Scheepers (Roodkapje), Niek de Laat (Assepoester’s Prins & Wolf), Mika Vermeulen (Rapunzel’s Prins), Roos de Kluis(Rapunzel), Damian van Haperen (Mysterieuze Man), Els Remie (Sjaak’s Moeder), Manon van de Vondervoort (Stiefmoeder), Iris Roosen & Irene Dikmans (Stiefzussen), Jari van Delft (Assepoester’s Vader & Roodkapje’s Grootmoeder), Lieke Buizert (Lakei & Assepoester’s Moeder), Jip Plooij (Doornroosje & Reuzin), Jitske Roelofs (Sneeuwwitje)

19 April 2026
Reguliere voorstelling
Tilburg
LOFT

Over de auteur

Jeroen schreef dit artikel voor jou

Jeroen

Jeroen is sinds 2005 redacteur van Musicalworld. Hoewel Jeroen al jong in aanraking kwam met theater, is zijn passie voor musical pas deze eeuw tot volle bloei gekomen. Hij was zeer onder de indruk van de eerste voorstelling van Cats, en de Nederlandse versie van Oliver uit 1999, op basis van de film al een van zijn favorieten, was de eerste voorstelling die hij meermaals zag. Toch waren deze bezoeken eerder sporadisch dan frequent. Sinds hij redacteur is van Musicalworld bezoekt hij meer dan 100 voorstellingen per jaar. Jeroen is de Musicalworld-specialist op het gebied van familievoorstellingen en kindervoorstellingen. Hij is tevens de correspondent voor Vlaanderen. Ook in Duitsland en Engeland (Londen) is hij regelmatig te vinden. Hij doet ook verslag van amateurvoorstellingen die voor neutrale toeschouwers de moeite waard zijn. Tot zijn favoriete musicals behoren naast Oliver! meer musicals met kinderen in de hoofdrol. "Billy Elliot" is zijn all-time favorite, maar daarnaast moeten zeker "Whistle down the Wind", "Matilda" en "The Secret Garden" worden genoemd. Daarnaast zijn Chicago, Come from Away, Spamalot en Soho Cinders voorstelling met een ongelofelijke aantrekkingskracht. Hoogtepunten in het jukebox-genre: Our House, Ich war noch niemals in New York en Ich Will Spass? (en voorganger Doe Maar). Favoriete Nederlandse producties zijn: Ganesha (een Perfecte God), Lelies, Wat zien ik? en Kuifje. Naast het bezoeken van musicals is hij een frequent bezoeker van attractieparken. Favoriete park in Europa is Europa Park (met een uitgebreid entertainment programma). Naast deze tijdverslindende hobby is Jeroen ook nog werkzaam in de ICT.

Meer van Jeroen

Meer artikelen van Jeroen

Delen