Elke keer als “Tick. Tick… BOOM” op het programma staat is één gedachte onvermijdelijk. Wat als Jonathan Larson tijdig was gediagnosticeerd en niet op de middag voor de allereerste voorstelling van RENT! was overleden. De maker van deze rockmusicalsensatie, die de musicalwereld op zijn kop zette, mocht het succes ervan niet meemaken. Die wetenschap geeft de voorstelling “Tick. Tick… BOOM” extra lading. Deze voorstelling is een bewerking van de solovoorstelling, die Larson maakte op basis van zijn eigen ervaringen als worstelende schrijver. De hoofdpersoon John gaat dus succesvol worden, en het niet meemaken.

De voorstelling speelt zich af in het drukke New York, dat al bij binnenkomst dankzij de nodige verkeersgeluiden wordt geschetst. Als John het podium betreedt zien we hem onmiddellijk werken aan One Song Glory, dus voor wie de link met de componist nog niet duidelijk was is deze overbekende Rent-song een eerste aanwijzing. Voor degenen die er volledig blanco inzitten, is er nog een korte toelichting aan het slot. John worstelt, hij wordt bijna 30 en heeft nog niets bereikt. De tijd tikt, als een metronoom, steeds door. Er staat een workshopversie gepland van de musical Superbia, en dat voelt als een laatste kans. Dat zijn agent niets van zich laat horen helpt ook niet. Michael is zijn beste vriend sinds zijn jeugd. Ooit net zo worstelend als John als acteur heeft hij nu carrière gemaakt in de reclame, met als resultaat een dikke BMW en een vet appartement.

Susan, Johns vriendin, is danseres en moet rondkomen met het lesgeven aan niet getalenteerde rijkeluiskinderen. Eigenlijk wil zij weg uit New York, en hoewel John het daadwerkelijk overweegt, is zijn huidige werk in de diner de doorslag om niet iets anders te willen. Uiteraard zet dit hun relatie onder druk, zeker als Susan daadwerkelijk een leuke baan vindt buiten de Big Apple. Karessa, een van de actrices in de workshop, is zeer gecharmeerd van John, iets wat weer de jaloezie van Susan oplevert en bijdraagt aan de onderlinge spanning. Michael doet nog een poging om John werk te geven in het kantoor waar hij werkt, maar daar blijkt John zich niet te kunnen aanpassen aan de werkwijze. De druk op die workshopsessie is dus enorm, en dan heeft Michael ook nog eens slecht nieuws.

Deze versie van “Tick. Tick… BOOM!” was eerder te zien in een klein zaaltje in Amstelveen, en heeft nu een reprise in het veel grotere DeLaMar. Toch blijft de voorstelling intiem, mede door een aantal rijen met publiek op het podium. (Het is geestig hen instructies te zien krijgen zonder de tekst te horen) van het zaalpersoneel, als ware het vliegtuigpassagiers. Deze podiumgasten hebben heel af en toe contact met de spelers, en maken in een scène min of meer deel uit van de voorstelling. De echte rollen worden gespeeld door de drie acteurs, al worden ze ook geholpen door een aantal ballonnen, die personages voorstellen. En als ensemble laten ze een beresterke indruk achter; ze gaan er vol voor. Natuurlijk maakt Milan van Waardenberg door zijn capaciteiten en de mogelijkheden die zijn rol biedt, de meeste indruk, maar dat maakt de prestaties van de twee anderen niet minder goed. Liss Walravens is schitterend als Susan en Karissa, met als vocaal hoogtepunt het “Come to your senses”: het optreden van Karissa tijdens de workshop. Paul Morris mooiste spelmoment is een van totale stilte, maar ook als hij wel zijn stem gebruikt, is hij uitstekend. Een aantal kleine rollen worden door precies het andere geslacht gespeeld, en waar deze tekstueel al iets geestig hebben, wordt dit hierdoor extra geestig. De voorstelling wordt in de originele taal gespeeld (zonder boventitels), en een Nederlandse tongval is af en toe zeker aanwezig. Storend is dit echter niet.
Tick Tick BOOM! heeft een mooie balans tussen ernst en humor, waarmee dit serieuze verhaal de juiste toon krijgt. Er zijn zeer geestige visuele vondsten, zoals de eerder genoemde ballonnen, maar ook in de bronteksten, zoals de vergelijkingen met een vliegveldbezoek.

Stephen Sondheim is één van de idolen van John, en komt als zodanig ook in de voorstelling voor. Die adoratie blijft niet bij een vermelding. Bij het thema ouder worden zou je aan Company kunnen denken, maar het lied Sunday heeft heel duidelijke muzikale referenties aan “Sunday in the park with George”. De opvallende derde persoonsvorm waarin het nummer “Johnny Can’t Decide” door alle drie wordt gezongen blijkt een referentie aan dezelfde voorstelling. Maar in de muziek horen we af en toe ook al de Rent-sound terug. Muziek die in deze voorstelling uitstekend wordt verzorgd door de band onder leiding van Billy Maluw.

Deze Amsterdamse première werd, als je de bijbehorende na-activiteiten niet meetelt, afgesloten met de uitreiking van een cheque aan Paul Morris. Met de voorstelling Pauls Pride Party, die hij enkele weken eerder in ditzelfde theater had georganiseerd, heeft hij 4250 euro voor het Aidsfonds opgehaald.

Deze laatste kans om “Tick. Tick… BOOM!” te zien mag je als musicalliefhebber zeker niet missen. 6 tot en met 9 augustus zijn de allerlaatste voorstellingen. Een iets andere setting, een andere recensent, maar de dikke vier sterren zijn gebleven.