De tour werd aangekondigd voor 2017, maar ging vervolgens niet door. Toen ook de nieuwe aangekondigde periode, begin 2018, niet doorging, zag het er naar uit dat het het lot zou volgen van andere ‘uitgestelde’ producties: de vergetelheid. Tot plots toch weer een levensteken kwam, audities, en een uitvoering in Assen. Deze uitvoering vond gisteren plaats.
Addergebroed in concert: een concertante uitvoering dus, onder begeleiding van het Noord Nederlands Jeugdorkest. Zij zorgen voor een vol geluid, dat in Nederland zelden meer te horen is bij musicals. Aan de andere kant ontbreekt in deze uitvoering decor en rekwisieten. Hoewel er wel wat spelscenes zijn, en met het wisselen of omslaan van kledingstukken een ander personage wordt vertolkt, wordt er veel staand gespeeld. Vaak is dat met de tekst bij de hand.
De voorstelling begint met een soiree in huize van Lier gegeven door de moeder (Wieneke Remmers) en dochter (Anouk Snel) des huizes. Baron van Steenwijk (Ruud van Overdijk) komt daar plots binnenvallen met de mededeling dat Johannes van Lier zich moet verantwoorden. Ondanks zijn titel blijkt hij geen Orangist, maar een patriot. Om van Lier van blaam vrij te spreken wordt vervolgens tijdens het soiree het leven van van Lier nagespeeld, met een stand-in voor deze man: een bezoeker die erg op Tony Neef lijkt. Hoe hij zijn vrouw leerde kennen en zo zijn baan kreeg als belastingontvanger, hoe een ontmoeting met drie Witte Wieven hem op het spoor zette om in zijn vrije tijd onderzoek te doen naar adders, en hoe hij deels met geld uit de schatkist een eigen paleisje liet bouwen. Dit zou een saai geschiedenislesje kunnen opleveren, maar dat wordt knap voorkomen. Door het als opvoering op te voeren, wordt er door anderen op het podium commentaar geleverd, wat de sjeuïgheid behoorlijk vergroot. Omdat het een spontane opvoering is moeten mensen allerlei rollen gaan spelen, en die worden door omschrijvingen vaak op een komische manier aangezet. Dat is vooral grappig als patriot Van Steenwijk de drost moet gaan spelen, en deze uiteraard een arrogant kakkerig accent meegeeft, wat hij ook even oefent. Willem V blijkt te slissen en mank te lopen (maar als dit niet steeds wordt herhaald, wordt gezegd dat dat niet leuk blijft. Hoe waar is dat.) en uiteraard heeft Wilhelmina van Pruisen een vet Duits accent. Je komt er niet omheen de rol van de drie Witte Wieven te vergelijken met die van de drie heksen uit MacBeth. Dat hij de voorspelling om uit te kijken voor addergebroed en de vos interpreteert als ‘er is inderdaad nog maar weinig onderzoek gedaan naar de adder, maar vossen zijn al wel uitgebreid gedocumenteerd’ is een geslaagde vondst. Er zitten subtiel allerlei verwijzingen naar het heden in, die door het publiek soms wel worden opgepikt, maar (afgaand op de hoorbare reactie) ook een aantal zeer geestige die worden gemist.
De door Tangarine geschreven en Ad van Dijk gearrangeerde muziek smaakt naar meer. Deze ligt lekker in het gehoor, en is afwisselend genoeg. De finale lijkt de schreeuwen om meeklappen, maar er wordt er niet voor gekozen dit vanaf het podium in te zetten. En dus gaan de handen aan het slot alleen op elkaar voor het terechte applaus. Met al het eerdere uitstel zal er een last van de schouders van alle makers zijn afgevallen.
Voor begin 2019 staan vervolgvoorstellingen in de planning in de Drentse regio, en misschien ook daarbuiten. Al zijn er nog geen concrete datums in de verkoop. Het valt te hopen dat deze doorgaan. Want dit stukje regionale geschiedenis wordt, op deze wijze gebracht, wel heel toegankelijk voor jong en oud. Buiten Drente zal vrijwel niemand de naam van Johannes van Lier kennen. Dat zou binnen deze provincie toch anders moeten zijn. Het is dan wel te hopen dat de voorstelling wat meer is ingesleten, en de tekstboeken niet meer echt nodig zijn.